KennisbankOvernames

Bedrijfsovername financieren: de stapeling die het meestal wordt

Bij een overname combineer je bijna altijd bankkrediet, eigen inbreng, een verkoperslening en soms een investeerder. Zo ziet die stapeling eruit.

Bij vrijwel geen enkele bedrijfsovername komt het geld uit één bron. De koopsom wordt opgebouwd uit lagen die elk een ander risico dragen en een andere prijs hebben.

De onderste laag is bancair krediet. Een bank kijkt naar de genormaliseerde winst voor rente, belasting en afschrijvingen van de over te nemen onderneming en financiert daar een veelvoud van, doorgaans twee tot drie keer, mits er zekerheden zijn. Bedrijven met veel machines of vastgoed komen verder dan dienstverleners zonder activa.

Daarboven ligt de eigen inbreng van de koper. Financiers verwachten dat de koper zelf tien tot twintig procent inlegt. Dat bedrag hoeft niet volledig uit spaargeld te komen; ook een lening in privé of een inbreng van een medeaandeelhouder telt mee, zolang die achtergesteld is.

De derde laag is de verkoperslening. De verkoper laat een deel van de koopsom als lening in de onderneming staan, vaak twintig tot dertig procent, met een looptijd van drie tot zeven jaar. Dit dient twee doelen: het verkleint het bedrag dat elders geregeld moet worden en het geeft de koper comfort dat de verkoper vertrouwen heeft in de continuïteit. Vaak wordt een deel van de prijs bovendien afhankelijk gemaakt van toekomstige resultaten, een earn-out.

De vierde laag is externe risicodragende financiering: een informele investeerder of participatiemaatschappij die instapt met aandelen of een achtergestelde lening. Deze partij is het duurst, maar maakt de rest van de stapeling mogelijk.

Belangrijker dan de verdeling is de vraag of de overgenomen onderneming de totale last kan dragen. Maak een geconsolideerde kasstroomprognose waarin alle rente en aflossing samenkomen, en toets die tegen een scenario waarin de omzet vijftien procent lager uitvalt. Blijft er dan nog ruimte, dan is de structuur robuust.

Let ook op de overgang zelf. Klantrelaties, sleutelmedewerkers en leveranciersafspraken zijn bij kleinere bedrijven vaak persoonlijk verbonden aan de verkoper. Een overdrachtsperiode van zes tot twaalf maanden, vastgelegd in de koopovereenkomst, voorkomt dat de waarde die je financiert in het eerste jaar wegloopt.

Bekijk actuele bedrijfsfinancieringsaanvragen op de marktplaats

Aanvragers blijven niet-herleidbaar tot er een bevestigde match is.

Naar de marktplaats